Nieuw Lied – God had honger…

Een poging om het enorme wonder van kerst, Jezus laat zijn goddelijke heerlijkheid achter en wordt als mens geboren in een armoedig hok, woorden te geven. 

GOD HAD HONGER

God had honger, kreeg te eten
God was naakt en werd gekleed
Hij, zo groot, durft kwetsbaar klein te worden
Liet het toe dat een mens iets voor Hem deed

God moest huilen, werd getroost
God werd vuil en werd verschoond
Maria zei: ‘toe vrees maar niet’
En zij heeft God toen in slaap gewiegd

En ik sta hier aan de kribbe
Geen woord voelt als gepast
Totdat ze zegt ‘houd jij Hem even vast?

God is licht, ik mag hem dragen
Hij beweegt, mijn adem stokt
Hij had alles, maar Hij kiest los te laten
God werd klein, als ik, zelfs kleiner nog

God kijkt op, ik zie zijn ogen
Ik moet huilen, Hij vertroost
Woorden vechten zich van binnen uit naar buiten
Maar ’t blijft stil omdat ik geen van alle koos

We staan samen aan de kribbe
Geen woord voelt als gepast
Totdat ze zegt ‘bedankt dat je hier was’’

Het Kind rust uit, Hij ligt weer bij zijn moeder
En zijn vader Jozef schudt mijn hand
De deur valt dicht, ik sta weer in het donker
Maar het lijkt toch lichter dan het was

————————————

Filippenzen 2:
6 Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, 7 maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, 8 heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood

Johannes 1:
1 In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Het was in het begin bij God. 3 Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat…
14 Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.
18 Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.

Johannes 8:
56 Abraham, uw vader, verheugde zich op mijn komst, en toen hij die meemaakte was hij blij.’ 57 De Joden zeiden: ‘U bent nog geen vijftig en u zou Abraham gezien hebben?’ 58 ‘Waarachtig, ik verzeker u,’ antwoordde Jezus, ‘van voordat Abraham er was, ben ik er.

Categorieën