Over hemel, hel en onzekerheid…

Ik zie hem al zitten vanuit mijn ooghoek. Ik ben nog even in gesprek met wat anderen na de dienst in de Basis. De wachtende man op de eerste rij ken ik niet. Hij zou wat leeftijd betreft mijn vader kunnen zijn schat ik in. Ben benieuwd naar wat hij te zeggen heeft. Ik rond mijn gesprekje af en ga naast hem zitten. Na onze kennismaking vertelt Gerard (* naam aangepast) dat hij geraakt is door de toespraak omdat hij veel heeft herkend. Vooral het feit dat mensen het zo moeilijk kunnen maken voor anderen om God te leren kennen.

Gerard komt uit een zeer gelovig nest. Hij heeft altijd gehoord van zijn ouders dat je in geloof niet kunt ‘kiezen’ om Jezus te gaan volgen. Dat je nooit kan zeggen dat je er echt bij hoort. Je kunt als mens niet weten of je naar de hemel gaat. Je zult pas na je dood weten of je was ‘uitverkozen’. Dat maakt angstig, passief en fatalistisch. Want alles is toch voor je besloten. Je hebt weinig keuze, de Heer beschikt over alles en je zult wel merken of Hij iets met je wil (of niet).

Al vele jaren is Gerard verlangend naar vrede in zijn geloofsleven. Dat hij durft te geloven (en daardoor mag gaan ervaren) dat God echt van hem houdt en voor hem gekozen heeft. Dat Hij Gerard aangenomen heeft als kind van Hem en nooit zal stoppen met het werk dat Hij in Gerard is begonnen te doen. Maar ja, het lukt simpelweg nog niet om dit eigen te maken. En zo zaten we naast elkaar terwijl Gerard zijn verhaal vertelde.

Onlangs kwam er een mevrouw op deze website die mij vertelde dat we niet kunnen kiezen voor God. Dat ‘verlossing’ een eenzijdig Godswerk is waar wij geen enkele invloed op hebben. Dat mensen veel te makkelijk de mond vol hebben van Jezus maar eigenlijk helemaal niet bij God horen. Dat de weg smal is en velen verloren gaan. Etc.

Ik dacht toen nog, het zal je maar gebeuren dat dit je elke dag wordt verteld en dat jarenlang. Ik denk dat je daar een redelijk angstig persoon van wordt. Ik geloof niet dat angst en onzekerheid is waar gelovigen om bekend zouden moeten staan. Vrijmoedigheid, liefde, hoop en vrede wel.

De laatste maanden ontmoet ik meer mensen als Gerard die zo graag iets met God willen opbouwen maar in zekere zin gehandicapt zijn geraakt door hun (geloofs)opvoeding. Mensen die dwang hebben ervaren. Afkeuring. Oordeel. Preken over hel en verdoemenis. Onzekerheid en gevoelens van minderwaardigheid stralen vaak van deze mensen af. Tegenwoordig kan ik ze bijna herkennen als ik ze ontmoet. Iets in de teneergeslagen blik en de onzekere manier waarop ze praten over God (“ik zal er wel weinig van afweten want ik heb niet zo bijzondere ervaring als…”.)

Onlangs ontmoette ik twee zussen die op bezoek gingen bij hun oma. Voor de maaltijd zou gebeden worden.

Maar oma begon gelijk te snikken en vertelde dat ze het zo erg vindt dat beide meiden naar de hel gaan.

Dat ze verloren zijn. Dat ze de kerk hebben verlaten. Etc. Dit zijn meiden die een flinke rugzak hebben gevuld met nare ervaringen met kerk en gelovigen. Toch laat het geloof in God ze niet los. Toch blijven ze zoeken, lezen, luisteren en voorzichtig af en toe een dienst bezoeken. Ze zoeken naar de blijdschap en hoop van het geloof. Ik weet nog dat een van de twee zussen zei: ‘ik zou willen dat oma een keer iets met ons deelde over waarom zij gelooft en wat zij daar persoonlijk mooi aan vindt. Ze heeft nog nooits iets positiefs over haar dagelijks leven met God met ons gedeeld. Alleen dat oordeel en dat we naar de kerk moeten komen en dat we anders verloren zijn. Als ik nu een kerk binnenkom zit ik gewoon te wachten op het moment van ‘oordeel’. Ik merk dat ik dan heel snel de luiken dichtklap.’

Ik geloof zelf dat Jezus gaan zien en volgen een groot wonder van God is. Ja, ik geloof in het feit dat God eerst voor ons kiest en in ons werkt waardoor wij kunnen reageren. Ik denk niet dat het is aangeboren om het koninkrijk van God te zien en te leven in contact met God. Dat is een werk van de Heilige Geest dat nooit te vervangen is door mensenwerk. Kiezen voor God  en Uitgekozen zijn door God zijn een paar. Ze horen bij elkaar.

Er is een bovennatuurlijk, ongrijpbaar deel in een bekering waardoor we ook zeggen; ik ben God dankbaar dat Hij me heeft gezocht en uitgenodigd en ik mocht ‘ja zeggen’ tegen Hem. Het was en is Zijn werk. Zijn eer.

Tegelijkertijd begrijp ik dan niet waar de moeite van de ‘zware jongens en meiden’ (met alle respect) zit. Want als iemand gelooft in Jezus. Dat uitspreekt vanuit zijn diepe overtuiging. Dan is het wonder toch gebeurd. De Bijbel zegt dat niemand kan zeggen “Jezus is Heer” dan door de Heilige Geest.

Gerard zei dat hij gelooft in Jezus als levende Zoon van God. Dat hij gelooft dat Jezus kwam om de wereld te redden. Dat Jezus stierf voor alle zonden. Ook die van Gerard. Hij wilde leven tot eer van Hem. Ik zei toen tegen Gerard dat Hij mijn broer is. Dat in Johannes 1 staat dat ‘allen die hem aangenomen hebben, die in zijn Naam geloven, het voorrecht hebben gekregen om Kinderen van God te worden’. We gaven elkaar na een half uur praten en bidden een stevige knuffel. Ik zei dat ik hoopte dat hij mocht gaan leven vanuit de waarheid en vrijheid. Hij zei: ‘ik weet het met mijn hoofd, nu mijn hart nog’. Ik hoop dat Gerards hart zijn hoofd mag gaan vertrouwen en blij mag worden.

Ik schreef vorig jaar dit Bijbelblog over het ‘wonder van geloven’.