“Jezus maakte een papje…” Houd het simpel!

Hoe vaak liep een persoonlijk gesprek over geloofservaringen niet uit op een vage (soms verhitte) discussie. Sommige christenen zijn zo bang voor een moeilijk gesprek met vragen die ze niet kunnen beantwoorden dat ze maar helemaal niet meer vertellen over hun leven met God. Het roept toch maar discussie op. Ze begrijpen het toch niet. Ik kan het niet zo goed uitleggen. Laat een ander dat maar doen. Het hele ‘parels voor de zwijnen’ argument wordt ook te pas en te onpas van stal (toepasselijk) gehaald om maar te kunnen zwijgen.

Ben jij ook wel eens verzeild geraakt in zo’n geloofsgesprek waarin jij tot je schrik merkte dat je ineens de advocaat van God moest zijn. Of misschien ‘moest’ het helemaal niet, maar ging je zelf op die stoel zitten. Iemand moest het toch voor Hem opnemen en uitleggen hoe dat nou zit met lijden in de wereld?

Waarom onrecht bestaat, dat Noach en de Ark heus wel hebben bestaan, dat de aarde en de levende wezens door God zijn geschapen in zes dagen, etc, etc.  Heb je ook gemerkt dat dit soort gesprekken meestal nergens toe leiden? Behalve dan ongemakkelijkheid, zweetdruppels en een hoop ge-welles-nietes. Het is mij nog nooit gebeurd dat iemand na zo’n gesprek besloot God te gaan volgen of zoeken.

Vanmorgen las ik een inspirerend en leerzaam verhaal in de Bijbel. Het staat in Johannes 9. Het gaat over een man die een ervaring met Jezus had die zijn leven voorgoed veranderde. Hij was vanaf zijn geboorte blind geweest. En op een aparte manier (Jezus’ spuugt op de grond, maakt een papje van speeksel en modder en smeert dat op de ogen van de blinde man) wordt hij genezen en kan hij zien! Er ontstaat gelijk een discussie in zijn omgeving. Mensen vinden er iets van. Denken er iets over. Sommigen ontkennen het wonder. Anderen waren overtuigd dat hun blinde buurman wel degelijk door Jezus is genezen. De voormalig blinde gaat niet in discussie maar zegt alleen ‘ja, ik was blind’.

De mensen vragen hem vurig: ‘vertel dan wat er is gebeurd? Hoe heeft hij dit gedaan? Hoe is dit mogelijk?!’

Hier had de man een theologisch verhaal kunnen beginnen over autoriteit van Jezus. Hoe het zit met wonderen die soms wel en soms niet gebeuren. Dat je er wel echt in moet geloven. Of juist dat het niet om ons geloof maar om Jezus genade gaat. Of over de tekenen van het koninkrijk van God… etc, etc.. Dat doet hij niet. Hij zegt simpelweg: ‘De man die ze Jezus noemen heeft een modderpapje gemaakt, dat smeerde hij op mijn ogen, ik moest me wassen in Soloam en toen kon ik zien’. Hij gaat niet uitleggen ‘HOE het mogelijk is en hoe het allemaal werkt (dat weet hij namelijk niet).’ Hij verteld alleen DAT het mogelijk is, want is hem overkomen. Hij zegt simpelweg wat Jezus heeft gedaan en hoe dat in zijn leven uitwerkte. De theorie laat hij achterwege. Zijn leven was het bewijs.

De mensen zijn niet tevreden en brengen de genezen buurman bij de Farizeeërs en deze geleerde ‘godsmannen’ stellen hem dezelfde vraag. Hoe ben je ziende geworden? De man vat zijn verhaal nu nog korter samen. “Hij smeerde modder op mijn ogen. Ik wastte me en kon zien.”

De leiders nemen geen genoegen met deze simpele beschrijving van de gebeurtenissen. Ze vragen door (naar dingen die de man helemaal niet kon weten). Ook onderling zijn ze verdeeld en een discussie barst weer los. Wie is Jezus dan? Hoe kan een zondaar zulke wonderen doen. Het is sabbat en een echte man van God zou dan toch niet ‘werken’?

Ze komen terug en vragen de blinde wie Jezus precies is. ‘Een profeet’ zegt de genezen man. Tja, hij was misschien even vergeten in alle hectiek dat Jezus zichzelf het ‘Licht van de wereld’ noemde vlak voordat Hij het wonder deed.

Jezus was geen profeet, Hij was en is de Zoon van God. Maar goed, dat begreep de genezen man nog niet volledig. Misschien was het beter geweest als hij bij zijn getuigenis was gebleven. Nu gaat hij verder het pad op van ‘ik denk…’ En wat hij zegt is in dit geval niet de (volledige) waarheid. Al bedoeld hij het vast goed en staat hij onder druk door het ‘verhoor’. Hij had ook hier al naar waarheid kunnen antwoorden wat hij later zou zeggen: ‘Ik weet niet precies wie Hij is, maar een ding weet ik: ik was blind, maar nu kan ik zien’.

Uiteindelijk worden ook de ouders van de man erbij gehaald, zij durven niets te zeggen maar geven ontwijkende antwoorden. Ze zijn bang dat ze bij het verkeerde antwoord uit de gemeenschap worden verstoten. De geestelijk leiders verliezen nu hun geduld en laten de genezen man nogmaals opdraven. Ze stellen weer de vraag ‘hoe kon Hij je ogen openen.’. De man geeft een mooi antwoord: ‘ik heb het jullie al verteld, maar jullie willen niet luisteren Waarom wil je het verhaal nog een keer horen, willen jullie zijn volgelingen worden ofzo?’ Nu worden de interviewers goed kwaad. Ze beginnen over Mozes en ze beginnen over de zondige staat van de genezen man. Dat hij altijd door en door slecht was (dat wrijven geestelijk leiders hun gehoor, zeker als ze opstandig worden, wel vaker in). Uiteindelijk gooien ze hem de deur uit.

Maar dan komt Jezus terug in dit verhaal. Hij hoorde dat de man zo agressief was verstoten en Hij zocht hem op en vond hem. “Geloof je in de Mensenzoon?” vroeg Jezus hem. “Wie is Hij dan? Leg het me uit zodat ik in Hem kan geloven” zegt de genezen man. Jezus:”Ik ben het, die nu met je spreekt”. Toen gebeurde het tweede wonder. De genezen blinde werd nu ook geestelijk ziende en gelooft in Jezus. Hij ziet en erkent Hem en begint Hem te aanbidden.

Er zijn zoveel mooie lessen in dit herkenbare Bijbelverhaal te ontdekken. Maar wat ik vandaag vooral tegen je wil zeggen is dit. Laat je niet verleiden om God proberen ‘uit te leggen’ aan mensen die Hem nog niet kennen. Vertel hen vooral wat er met jou is gebeurd. Vertel over je leven. Wat Jezus’ woorden voor verschil hebben gemaakt voor jou. Wat geloof in Hem heeft veranderd. Als er wonderen zijn gebeurd in je leven, deel ze met ieder die wil luisteren. En houd het simpel. Bij wat er is gebeurd. Waarom het soms bij anderen niet gebeurde weet je niet.

HOE God precies werkt ook niet. Maar DAT Hij werkt dat weet je wel. Vertel vooral wat je WEL weet. Zo blijf je van het gladde ijs en sta je stevig.

Een getuigenis is altijd krachtig en waar en voor anderen lastig ‘weg te kletsen’. Het is jouw verhaal en dat is echt! En bid dat jij (en anderen) niet alleen fysiek, maar ook geestelijk,  mogen leren zien.