Jongetje verzon verhaal over de Hemel

Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. 2 Om hun geloof werden de mensen uit vroeger tijden geprezen. 3 Door geloof komen we tot het inzicht dat de wereld door het woord van God geordend is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet-zichtbare. (Hebreeën 11) 

We geloven. We hopen. Geloof in Jezus is geen wetenschap en ontleent haar ‘geloofwaardigheid’ ook niet vooral uit bewijzen of ‘sterke verhalen’. Geloof is een persoonlijke zaak van het hart. Een ‘zekerheid van de Geest’ in ons diepste wezen, toch wel iets dieper dan een gevoel. Veel dieper dan een reactie op ‘bewijzen’ van buitenaf.

De Bijbel zegt ‘dat het geloof een zekerheid is van de dingen waarop je hoopt. Maar omdat we geloven in zaken die voor het oog (meestal) onzichtbaar of op zijn minst vaag blijven zoeken we bevestiging voor ons persoonlijk geloof. Bij andere christenen. En dat is natuurlijk goed en waardevol. Het geeft kracht en inspiratie en moed als we proeven dat anderen ook zijn geraakt door het evangelie. We houden elkaar scherp en warm. Niets mis mee.

Maar het gaat soms wel fout.

Een poosje geleden was er een klein relletje in de christelijke uitgeverswereld omdat een jongen in Amerika toegaf een prachtig getuigenis over de hemel verzonnen te hebben als kind. Tja… Kinderen verzinnen wel vaker grote verhalen. Maar in dit geval was er een boek verschenen dat internationaal enorm goed werd verkocht onder gelovigen: ‘de jongen die uit de hemel terugkwam’. Nu, een aantal jaren later, vertelde Kevin Malarkey dat hij het verhaal verzon  om aandacht te krijgen. Nou dat is in ieder geval gelukt.

Het is verdrietig dat het geloof van de lezers van het boek eerst een ‘boost’ kreeg (‘zie je wel, het is echt zo!’) en daarna een klap (‘als dit niet waar is, geloof ik dan meer leugens.’). Ik weet ik zelf jaren geleden het boek ‘de Hemelse man’ las over een leider van de ondergrondse Chinese kerk die een werkelijk adembenemend geloofsleven deelde. Ik sprak er met iedereen over. Later bleek het verhaal (in ieder geval deels) niet waar te zijn. Dat deed me zeer. Ook het getuigenisboek ‘de getemde tijger’ over een bekeerde kung fu kampioen die geweldige dingen met God meemaakte zowel binnen als buiten de gevangenis bleek later grotendeels verzonnen. Ik ben inmiddels wat sceptisch over verhalen die te mooi lijken om waar te zijn.

Geloof ik niet meer dat God wonderen doet? Is er van zijn werk dan niets te zien op aarde? Jawel! Wonderen bestaan. Maar ze vormen niet de stabiele rots van mijn geloof. Het grote wonder dat ik God talloze keren heb zien doen is het aanraken van een mensenhart waardoor geloof en liefde van binnen groeit en mensen veranderen in volgelingen van Jezus. Dat mensen Hem gaan aanbidden en van Hem gaan houden. Dat is geweldig! Maar minder ‘spectaculair’ (of juist niet?) om smakelijk aan anderen te vertellen tijdens een feestje.

Gisteren sprak ik een vrouw die vertelde dat haar vader terminaal ziek was geweest (inmiddels overleden). Toen hij ziek was, waren er christenen die zeker wisten dat vader door een wonder zou genezen. Ze moest het claimen, geloven en het bewijs zou zeker volgen. Ze heeft weken geroepen, geloof uitgesproken, gedankt voor genezing enz. Toen het wonder niet gebeurde en haar vader stierf had ze veel verdriet en haar geloof kreeg een knauw. Ze heeft deze ervaring kunnen verwerken gelukkig en is nog steeds een christen. Maar inmiddels zegt ze dat ze niet altijd bewijzen hoeft te zien om te geloven.

En misschien is dat juist de essentie van geloof. Overgeven. En ‘zien’ met de ogen van ons (veranderde) hart. Geest van Hierboven. Leer ons geloven. Hopen. Liefhebben. Door Uw kracht.

Jezus zei tegen hem (Tomas): ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’