Hoe krijg ik die gast de deur uit!

In de zomervakantie krijg ik meestal een vaste gast op bezoek. Verdriet. Ik weet niet waarom hij dan steeds bij me aanklopt en gelijk een paar weken wil blijven. Misschien omdat hij inschat dat ik dan tijd voor hem heb. Ik kan honderd keer zeggen dat het niet goed uitkomt of ronduit geen zin heb in in zijn verblijf in mij. Maar ja, als ‘ie eenmaal binnen is, krijg ik hem maar moeilijk weg.

Pas als ik weer druk aan het werk ben verdwijnt ‘ie. Tot het weer vakantie is. Ik ben zijn favoriete vakantie bestemming denk ik. Misschien omdat het zo lekker dichtbij is voor hem.

Ik probeer dit jaar iets anders in de omgang met mijn ongenode gast. Ik stuur hem niet weg. Ik ontloop hem ook niet. Ik ga met hem zitten en vraag me af wat hem hier brengt. En het gekke is dat ik het eigenlijk wel weet. Mijn gast is zichtbaar blij met de aandacht die ik hem geef. Voor het eerst begint ‘ie ook wat te praten. Over waar hij vandaan komt. Over zijn ontwikkeling. En hoe hij groot kon worden. Ja, ik kom er deze zomer voor het eerst achter dat die onbestemde gevoelens van verdriet me iets willen vertellen.

Ik heb niet veel gelachen met hem op de bank. Maar het was op een rare manier best ok om samen te zijn. Ik nam hem serieus en dat voelde goed om te doen. En onwennig. Dat ook.

Hij vertelde me dat hij vaak voelt dat hij er niet mag zijn. Of snel plaats moet maken. Dat doet hij dan wel, maar hij wordt er nog verdrietiger van. En aankloppen zal hij weer als het niet langer gaat.

Ik heb me dus voorgenomen om verdriet niet langer de mond te snoeren. Niet meer te negeren of ontkennen.. Hij mag bij me zijn. En blijven zo lang als nodig is. Ik zal proberen naar hem luisteren. En ik merk nu al dat ik daar veel van leer. En volgens mij lucht ons dat beiden op… Misschien dat hij volgende zomer toch eens een ander plekje zoekt. Keuze genoeg.