Stuk verdriet (nieuw liedje)

Dat stuk verdriet wil soms gewoon iets zeggen… In de voorstelling Hollandsche Nieuwe zing ik dit liedje over die ongenode gast die me, meestal in vakantietijd, weet te vinden. Komt ‘ie bij jou ook wel eens langs? En wat doe je dan?

Het zal toch niet, weer hem zijn, ’t zal toch niet
Ja daar staat hij , met zijn koffers, voor mijn deur, dat stuk verdriet
Elke keer als ik wat rst heb, heeft hij mij al in ’t vizier
En dan is het enkel wachten tot hij komt en nestelt hier

Hij wil bij me blijven eten, hij wil met me op de bank
Op het hoekje met een kleedje, hij wil met me aan de drank
Hij zal weer tot in den treuren, zeuren, steeds die jammerklacht
En dan wil hij mee naar boven, o dit wordt een zware nacht

In de morgen elke morgen is hij eerder opgestaan
Kijkt me donker in de ogen die net moeizaam open gaan
Ik hoop niet dat hij van plan is, wat ik angstig al vermoed
Hij zegt ‘ik blijf bij jou de hele dag’ , iets dat me huiveren doet

Ik heb niet zo’n zin in cruesli, ik heb niet zo’n zin in brood
Ik zit zwijgend aan mijn koffie, ben vanouds weer als de dood
Want ik weet waarom hij hier is, en wat moet worden gehoord
Gevoeld, doorleeft en opgepakt

Zo verstrijken dagen langzaam, als een donkergrijze sleur
En mijn gast denkt niet aan weggaan, smekend wijs ik hem de deur
‘Je moet even naar me luisteren’ zegt hij, ‘nu heb je toch tijd’
Weet ik blijf je achtervolgen tot je mij niet meer vermijdt

Ik kijk hem aan en zie dan dat hij vragend naar me kijkt
Hij zegt ‘mag ik laten zien nu wat je al zo lang ontwijkt?’
Ik geef me maar gewonnen, denk ik, vluchten heeft geen zin
ik luister en ik voel het nu en dat hakt er best wel in

Na een veelbewogen avond, wangen van mijn tranen nat,
Zei hij ‘dank je’ toen hij opstond ‘dit was nodig, zie je dat?’
“Wees niet bang voor mij, dat hoeft toch niet’
Ik knik naar hem en zucht
Ik laat hem uit en kijk hem na.
En voel me… opgelucht.